COC: Kliekje van opleiders of belangenbehartiger voor aios?

23 december 2016

Een conflict tussen aios en opleider: daar zit niemand op te wachten. Toch is de verwachting dat het aantal conflicten tussen opleider en aios de komende tijd zal toenemen. Dit heeft onder meer door de individualisering van de opleidingsduur, waarbij aios en opleidingsgroep tegengestelde belangen kunnen hebben. Wat doe je in zo’n situatie? En wat kan de Centrale Opleidingscommissie (COC) voor je doen? Daarover staat in het decembernummer van het magazine van De Jonge Specialist een interessant artikel.

Frans-Jasper Wijdicks, tweedejaars aios heelkunde en als voorzitter van de aios-vereniging lid van de COC in het Diakonessenhuis, vertelt in het artikel hoe in de dagelijkse praktijk conflicten kunnen ontstaan: “Bij meerdere specialismen is het perspectief op een baan op dit moment niet best. Eerder instromen op de arbeidsmarkt kan voor aios een schrikbeeld zijn.” Een ander voorbeeld: De aios wil graag een specifieke stage volgen, die alleen in een ander ziekenhuis wordt aangeboden. Hij krijgt dit niet voor elkaar bij zijn opleider. Frans-Jasper: “Voor een opleidingsgroep kan het lastig zijn om het rooster rond te krijgen als ze een aios ‘missen’ door een stage buitenshuis. Ik kan me zo voorstellen dat de individualisering van de opleiding kan leiden tot conflicten, doordat er verschillende belangen spelen.”

Heb je zo’n kwestie aan de hand en kom je er samen niet uit, dan staat uiteindelijk de juridische weg open: de landelijke, onafhankelijke Geschillencommissie. Voordat die stap mogelijk is, moet de aios of opleider de kwestie voorleggen aan de COC.

Een veilige omgeving?

Uit onderzoek blijkt echter dat het nut en doel van de COC voor de meeste aios niet duidelijk is. “Tijdens de introductie van je opleiding hoor je de afkorting wel een paar keer vallen, maar ik denk dat de term bij de meeste aios niet blijft hangen”, zegt Inge Grondman, derdejaars aios interne geneeskunde. Inge is aios-lid van de COC in het Jeroen Bosch Ziekenhuis.

Frans-Jasper vermoedt nog een andere reden: “Mogelijk leggen aios een conflict niet graag voor aan een grote groep zoals de COC, waarin hun eigen opleider en alle andere opleiders zitten. Wellicht vragen ze zich af of de COC wel zo’n veilige omgeving is om je geschil aan toe te vertrouwen. Vaak moet de aios immers nog een tijd in dezelfde kliniek, met dezelfde opleiders werken.”

 

Is deze angst terecht? En wat kunnen aios, opleiders en COC doen om deze koudwatervrees te overwinnen? Je leest het in het artikel ‘Centrale Opleidingscommissie: Kliekje van opleiders of belangenbehartiger voor aios?’