Geef opleiders de ruimte

26 september 2017

Aios voorbereiden op hun toekomst als medisch specialist: opleiders doen het dagelijks vol overtuiging en met veel enthousiasme. Maar het kost ook veel werk en (vrije) tijd. De ruimte daarvoor is er lang niet altijd. Daarom roept MDL-opleider Michael Klemt-Kropp in het magazine De Medisch Specialist op tot heldere afspraken over de positie van opleiders.

Klemt-Kropp was betrokken bij de enquête over de positie van opleiders, die de Raad Opleiding van de Federatie begin dit jaar uitzette onder acht ziekenhuizen. ‘Bij de vergadering van de Raad kwamen we te spreken over de positionering van opleiders. Op papier – zoals in het Kaderbesluit en het rapport Scherpbier 2. 0 – staat namelijk wel beschreven wat er van opleiders verwacht wordt, Maar in de dagelijkse praktijk blijkt de positie van opleiders een stuk lastiger te definiëren. Er is weinig formeel vastgelegd over zijn gezag tegenover aios, zijn positie tegenover de raad van bestuur of het bestuur van het MSB. De Raad Opleiding wilde inventariseren hoe we ervoor kunnen zorgen dat opleiders hun vak beter uit kunnen oefenen.’

Geen afspraken

‘Een van de meest opvallende uitkomsten van deze enquête is, dat een derde van de opleiders helemaal geen afspraken heeft gemaakt over hun positionering. Denk daarbij aan of het opleiderschap wordt genoemd in hun functieprofiel, wat hun rol precies inhoudt en hoeveel tijd ze hieraan mogen besteden. Als er wel afspraken zijn, dan zijn die vaak gemaakt op vakgroep- en niet op instellingsniveau.’ Dat is opmerkelijk gezien de hoeveelheid uren die gemoeid is met opleiden. ‘Opleiders zijn alleen al zo’n vijf tot zeven uur per week bezig met de organisatie rondom het opleiden’, aldus Klemt-Kropp. ‘Lang niet alle opleiders worden daarvoor vrijgeroosterd. In de enquête geven opleiders aan gemiddeld twintig procent meer tijd nodig te hebben om hun taken goed uit te voeren. Dat is één à twee dagdelen per week.’

Financiële kennis

Klemt-Kropp snapt wel dat sommige medisch specialisten het opleiderschap liever aan zich voorbij laten gaan. ‘Het vergt veel organisatorisch werk – niet direct waarom artsen voor hun vak kiezen. Het vertellen over je vak en doceren is leuk, maar de administratieve rompslomp is een drempel. Vooral als je vanuit je achtergrond de handvatten mist om die werkzaamheden op touw te zetten.’ Zo blijkt uit de enquête dat negentig procent van bevraagde opleiders vindt dat opleiders kennis van de financiële facetten van opleiden moeten hebben, maar slechts 32 procent vindt dat ze die kennis ook daadwerkelijk heeft. ‘En dat terwijl financiële kennis juist belangrijk is om strategisch te plannen en te weten welke ruimte je hebt.’

Goede voorbeelden

De Raad Opleiding gaat nu verder aan de slag met de conclusies uit de enquête. Michael Klemt-Kropp: ‘We onderzoeken nu welke mogelijkheden de cao’s bieden om tot afspraken te komen over faciliteiten, ondersteuning en het volgen van cursussen. Daarnaast gaan we meer informatie en good practices beschikbaar maken. Tot slot organiseren we regelmatig bijeenkomsten voor COC-bestuurders om de positionering van opleiders te versterken. Met die handvatten kunnen de vakgroepen ook al een slag maken.’

Ook interessant

Medische Vervolgopleidingen